| Version 50 (modified by , 7 years ago) ( diff ) |
|---|
Andere talen:
venster Lagen
Het paneel Lagen vermeld alle geladen lagen, beheert hun zichtbaarheid en maakt het mogelijk één laag te activeren voor het bewerken van de inhoud.
Typen lagen
gegevenslaag -
Bevat objecten als kaartgegevens. Een
klok geeft een lopende upload aan.
Bewerken, downloaden en uploaden van gegevens kan worden beperkt door de status van de laag.
GPX-laag - bevat GPS-gegevens van sporen.
Elke GPX-laag mag zijn eigen eigenschappen hebben, zoals kleur, lijnstijl, etc..
Markerings-laag - bevat geïdentificeerde punten op een GPX-spoor, Markeringen genoemd.
Laag met afbeeldingen met geoverwijzingen: Bevat afbeeldingen die werden geopend, gesleept in de Kaartweergave of geïmporteerd via een GPX-laag.
Afbeeldingslaag -
Bevat een achtergrond die is opgehaald vanaf een tegelserver, zoals Bing Aerial of andere afbeeldingen.
Validatielaag -
Accentueert fouten of waarschuwingen voor objecten op de actieve gegevenslaag.
Opmerkingenlaag -
Bevat Opmerkingen vanaf OSM.
Lagen van één type kunnen verscheidene keren voorkomen in een sessie van JOSM, met uitzondering van de lagen Validatie en Opmerkingen. Plug-ins, bijv. plug-in Mapillary, kunnen andere typen lagen toevoegen.
Knoppen voor lagen
| Maak van deze laag de actieve laag |
| De kaartzoom voor de eigen resolutie van deze achtergrondlaag vastzetten/losmaken | |
| de laag weergeven/verbergen |
Knoppen in het venster
Het venster Lagen heeft ook verschillende knoppen aan de onderzijde die werken op de geselecteerde lagen:
Naar boven
Omhoog verplaatst de geselecteerde laag één rij omhoog in de stapel van de lagen.
Dit is belangrijk als items in een laag die in de lagen eronder bedekken. U kunt lagen ook opnieuw ordenen door ze te slepen en neer te zetten.
Naar beneden
Omlaag verplaatst de geselecteerde laag één rij omlaag in de stapel van de lagen.
Laag activeren
Toetsenbord sneltoets:
Shift+A⤳[0–9] - tellend vanaf boven
Activeren activeert de geselecteerde laag.
Het is alleen mogelijk om een actieve gegevenslaag te bewerken.
Zichtbaarheid
De volgende sneltoetsen worden gebruikt om de zichtbaarheid van de top10 of bottom10 lagen te beheren:
Shift+S⤳[0–9]- waar 0 de bovenste laag is; naar beneden tellend tot 9Alt+[1–0]- waar 1 de onderste laag is; naar boven tellend tot 0
Eenmaal geklikt biedt het:
- Een keuzevak om een laag weer te geven/te verbergen, d.i. schakelt de zichtbaarheid van geselecteerde lagen in of uit. De lagen zijn ongewijzigd indien verborgen, maar hun inhoud wordt niet weergegeven. U kunt de volgende sneltoetsen gebruiken om een laag weer te geven/ te verbergen:
- Een schuifbalk om de
Transparantie van geselecteerde lagen aan te passen.
- Een schuifbalk om de
Volheid van de kleur van geselecteerde lagen aan te passen.
- Een schuifbalk om de
Gamma van geselecteerde lagen aan te passen.
- Een schuifbalk om de
Scherpte van geselecteerde lagen aan te passen.
Volheid van de kleur, Gamma en Scherpte zijn alleen beschikbaar voor afbeeldingslagen.
Voor GPX-lagen kunt u kiezen uit één van 7 standaardkleuren. (Andere kleuren zijn beschikbaar via Kleur aanpassen in het contextmenu van de GPX-laag).
Opmerking: Voor gemakkelijk gebruik kunt u de muis gebruiken om te scrollen en de schuifbalk te verplaatsen naar de plaats waar de muisaanwijzer staat op de schuifbalk – niet nodig om met de schuifbalk zelf te klikken - te slepen - los te laten.
Laag dupliceren
Dupliceren maakt een kopie van geselecteerde lagen.
Laag verwijderen
Verwijderen verwijdert de geselecteerde lagen permanent. Alle niet opgeslagen wijzigingen zullen worden genegeerd!
Als u probeert lagen met OSM-gegevens of een laag met Opmerkingen te verwijderen die wijzigingen bevatten, zal JOSM het venster Niet opgeslagen wijzigingen openen, en vragen of deze wijzigingen moeten worden geüpload of worden opgeslagen.
Individuele knoppen
Er kunnen meer knoppen zijn, afhankelijk van de geladen plug-ins, bijv.
plug-in RasterFilters.
Terug naar menu Vensters
terug naar hoofdmenu
Terug naar Help





